Hoofdstuk I
Dekmantel
Maandag, 06:50
De wekker. Koffie uit een thermosfles, een bus vol pakketten, honderdveertig adressen in een wijk die je beter kent dan je eigen familie. Je weet welke hond bijt, wie nooit opendoet en wie altijd te veel bestelt.
Het betaalt slecht. Maar het is een baan, en een baan is een verhaal dat je kunt vertellen.
Dinsdag, 17:40
Je dienst zit erop. In de kantine legt een collega een pakketje op tafel. "Kun jij dit morgen even afgeven? Niet openmaken." Er ligt een briefje van vijftig onder.
Woensdag, 08:15
Een portiekflat aan de rand van de wijk. Een man in een badjas doet open, neemt het pakketje aan en zegt niets. De deur gaat dicht. Je loopt terug naar de bus en je hart klopt in je keel.
Er gebeurt niets. Geen sirene, geen vraag. Dat is het gevaarlijke eraan.



